Terugvechten vanuit een schuttersputje

Uit cijfers van de gemeente Den Haag blijkt dat 4 jaar geleden 172 gezinnen aanspraak maakten op maatschappelijke opvang. In 2018 waren dat er 292 en in het eerste kwartaal van 2019 hebben zich al 91 gezinnen gemeld. ‘Als deze trend zich voortzet komen we dit jaar op ongeveer 350 aanmeldingen’, valt te lezen in een Haagse raadsbrief; er is dus sprake van een explosieve stijging. 

Ook het aantal individuele dak- en thuislozen gaat omhoog. Dat blijkt onder meer uit het aantal verstrekte nachtopvang passen aan cliënten. Dat waren er 767 in 2015, in 2018 is dat aantal gestegen naar 1062. Ook in 2019 blijft dit aantal stijgen. 

Leen, een fit ogende zestiger, werkte als heftruckchauffeur, metaalbewerker, lasser, chefkok, touringcarchauffeur en elektricien. In de laatste hoedanigheid kwam hij een Chinees restaurant binnen om er jaren later als kok weer weg te gaan. Zijn maatschappelijke flexibiliteit voorkwam niet dat hij vier jaar geleden, voor de tweede keer in z’n leven, dakloos werd. Ik sprak hem een dag nadat hij via via een ruimte heeft kunnen huren.

Een kleine dertig jaar geleden verhuisde Leen van Alphen naar Wassenaar waar hij als chefkok in een strandtent werkte en na 23 jaar verplicht werd om op z’n 60-ste ontslag te nemen. Inkomensval zorgde voor hernieuwde ellende. Dakloos worden door een scheiding of huisuitzetting is niet langer voldoende om voorrang te krijgen voor een sociale-huurwoning. Deze mensen worden doorverwezen naar de daklozen opvang. Naar de noodopvang van de Kessler stichting wil hij niet meer: teveel junks. Bovendien moet je daar om 19:00 uur binnen zijn. Dat valt niet te combineren met z’n werk als installateur in Amsterdam waaruit hij om 17:00 uur vertrekt. Aan z’n opvang in de Zilverstraat bewaart hij wel goede herinneringen. “Zeer smakelijk eten, tot 21:00 TV kijken en tot 23:00 staan de deuren open. Bewakers keren, op zoek naar kleingeld, matrassen om en dat wordt aan de bezoeker teruggegeven.” Naar aanleiding van een kritisch rapport van de Haagse rekenkamer werd de opvang in de Zilverstraat gesloten. De ca. 150 daklozen zouden elkaar negatief beïnvloeden. Omdat de gemiddelde verblijfsduur daar vaak lang is, gaan bezoekers er in het algemeen op achteruit in plaats van vooruit. Na de sluiting van de opvang aan de Zilverstraat overnachtte Leen in een volkstuin, op kussens van een bankstel en bleef in z’n eigen inkomen voorzien.

Nadat z’n ex-vriendin werd veroordeeld voor fraude was Leen al eerder dakloos, zeven jaar. Ook in die periode werkte hij “gewoon” door en sliep op de bouwplaats waar hij werkzaam was. Een met stro bedekte kuil en een slaapzak boden bescherming tegen de winterse kou, een soort schuttersputje. Hij is nu alweer 18 jaar getrouwd met een Venezolaanse die hij 7 jaar niet heeft gezien, contact verloopt via WhatsApp. Omdat hij niet samenwoont is z’n AOW naar beneden bijgesteld tot 70% van het netto minimumloon. Dus klust hij bij. Tijdens de bouwvakvakantie werkt hij 7 dagen per week voor 5 euro per dag in een kringloopwinkel. De manager spaart z’n geld; zelf kan hij daar slecht mee omgaan. Bij het het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft hij dan ook nog een schuld: rondrijden op een onverzekerde scooter. Die scooter is in beslag genomen en heeft ie nooit meer teruggezien. Voor deze boete heeft hij naar eigen zeggen 5 maal 5 dagen in een cel doorgebracht. 

Het CJIB is een machtig orgaan en bevoegd een rijbewijs in te nemen, een voertuig buiten gebruik te stellen of om de wanbetaler tijdelijk op te sluiten totdat de boete is betaald. Werden in 2013 nog 116.955 wanbetalers maximaal zeven dagen opgesloten, vorig jaar ging het om 1.215 gevallen. Deze daling is het gevolg van een kritisch rapport van de de Nationale ombudsman. Het CJIB heeft vorig jaar overigens ruim 25.000 boetes PER DAG opgelegd. Daarmee is 754 miljoen euro geïnd. 

Terug naar Leen. Opvanginstellingen vinden, volgens een artikel in de Groene Amsterdammer, dat arme maar gezonde daklozen van hun gemeente te snel het stempel ‘zelfredzaam’ krijgen, waardoor ze alsnog moeten slapen in de auto, een bankje in het park of bij vrienden op de bank. Daklozen zonder psychiatrische of verslavingsproblematiek krijgen vaak het stempel ‘zelfredzaam’ om te maskeren dat er in Nederland te weinig opvangplekken en betaalbare woningen zijn. Het steekt Leen dan ook dat voor statushouders, na verhuizing naar Den Haag, basiszaken binnen tien weken geregeld moeten zijn. Hieronder vallen volgens de gemeente Den Haag onder andere: inschrijving bij gemeente en huisarts, een school voor de kinderen, een uitkering, een zorgverzekering, zaken in en rondom de woning zoals elektriciteit en internet.

‘Dak- en thuislozen zijn niet alleen, of in hoofdzaak zwervers of verslaafden: het kan u of mij ook overkomen’, schrijft Van Alphen. Dit geeft volgens de gemeente aan dat de opvang dichtslibt. ‘Niet per se vanwege de zwaarte van de problematiek, al speelt in sommige gevallen dat ook een rol, maar in de eerste plaats omdat er nog steeds te weinig uitstroom mogelijkheden zijn waardoor mensen langer in de noodopvang blijven dan strikt genomen noodzakelijk is.’ Dat komt vooral omdat er een tekort is aan sociale woningen. Het grote tekort aan woningen voor deze groep Hagenaars is topprioriteit. Uitbreiding van de sociale woningvoorraad en meer ruimte voor woonexperimenten zijn bovendien keihard nodig om het dichtslibben van de opvang te voorkomen.’

Na het laatste biertje in het buurtcafé sprak Leen opgewekt: ‘Ik ga naar huis, dat kan ik nu eindelijk zeggen.”

Bronnen: CJIB, Onderzoek naar de maatschappelijke opvang in Den Haag door Rekenkamer Den Haag, De Haagse Aanpak Sociaal Domein Gemeente Den Haag, Raadsinformatie, Sociale Verzekeringsbank, omroep West, de Groene Amsterdammer

de tekstschrijvers

Gastcolumn Jan Creutz

Niet dakloos maar bodemloos (tussen wal en schip)

Een kennis van mij kwam zeven jaar geleden uit Hongarije naar Nederland om te werken, bovendien zijn de sociale omstandigheden hier goed, zeker vergeleken met zijn geboorteland. Nederland geniet in het buitenland een uitstekende reputatie op dit gebied.

Een baan was snel gevonden, goed betaald naar Hongaarse normen. Wonen kon in een pand van de werkgever, dus gelijk je leven op de rails. Voor de eerste drie maanden. Het pand werd verkocht en iedereen moest er uit, vervangende woonruimte was niet het probleem van de werkgever. Als je nog nooit van huurbescherming hebt gehoord, ga je daar ook niet naar op zoek.

Wat daarna volgde was een aaneenschakeling van onderbetaald werk, tijdelijk onderdak,’uitgestelde’ betalingen van werkgevers. Uiteindelijk definitief dakloos. Ongetwijfeld een mysterie voor de gevestigde orde, want hoe kan je dakloos worden als je een baan en dus een inkomen hebt? De theorie verschilt van de praktijk: alle nare factoren versterken elkaar; onregelmatig werk doordat je geen woonadres kan opgeven, tijdelijke woonruimte is relatief duur, door lager inkomen en hogere kosten is het niet mogelijk om de in de particuliere sector gevraagde drie maanden borg en een maand huur vooruit te betalen. Vaak worden ook nog ‘contractkosten’ gevraagd.

De instanties

Met goede bedoelingen biedt het Leger des Heils onderdak. Maar ook onder daklozen is er veel diversiteit: alcoholisten, junks, psychische patiënten, criminelen, sociopaten enz. Als redelijk normaal mens wil je daar niet tussen liggen. Ook de gemeente heeft een afdeling, geheel gewijd aan daklozen, maar ook deze organisatie bezwijkt onder het ‘aanbod’.

Ondertussen is onze Hongaarse vriend bij zijn laatste werkgever, een uitzendbureau, ontslagen.Het bedrijf waar hij werkzaam was heeft gekozen voor een ander uitzendbureau. Zijn inkomen stopt dus en het uitzendbureau sommeert hem de ‘bedrijfswoning’ te verlaten. Hoewel hij via via tijdelijk in een bootje kan wonen, moet er wat veranderen in zijn leven.

De daklozendienst van de gemeente schijnt je van een postadres te kunnen voorzien. Een adresregistratie is in Nederland eigenlijk de basis voor alles, een bodem waarop je je leven kan laten groeien. Maar omdat hij door zijn arbeidshistorie ‘rechten’ heeft opgebouwd en zelfs WW kan aanvragen, is hij hierdoor officieel niet aan te merken als dakloze.

Een postadres registratie bij de gemeente is niet beschikbaar. Het advies was ‘om in je netwerk iemand te zoeken waar je je kan inschrijven’. Als dakloze bestaat je netwerk voornamelijk uit lotgenoten. Als je niet kan douchen en je kleding niet kan wassen, ben je al gauw een paria.Je kan bovendien geen DigiD aanvragen (postcode nodig) dus geen WW, dus geen geld, rechten opgebouwd? De bodem wordt onder je vandaan geschopt; zonder bodem geen dak.

Jan Creutz