Onjuiste verrekenmethode voor startende ondernemers

Een groot potentieel struikelblok, om vanuit de bijstand een bedrijf te starten, is het vooraf verrekenen van de uitkering met verwachtte opbrengsten. Als volgt omschreven op de website van de gemeente:

“De gemeente stelt de hoogte van de maandelijkse uitkering voorlopig vast. Als het inkomen van uw bedrijf bekend is (na het boekjaar) wordt de definitieve hoogte van uw uitkering vastgesteld. Was uw inkomen hoger dan verwacht? Dan moet u een deel van de uitkering terugbetalen. Als het inkomen lager was, krijgt u nog geld.”

Dit vooraf verminderen van de uitkering kan inhouden dat, door bijvoorbeeld te rooskleurig ingeschatte inkomsten, er vooraf teveel gekort wordt en dit kan weer makkelijk leiden tot een inkomensval onder bijstandsniveau. Over verrekening is de Participatiewet in artikel 58, lid 4 duidelijk:

“Het college is bevoegd tot verrekening van in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen met de algemene bijstand.”

Andere vormen van vereffenen komen in de eerder genoemde wet niet voor. Dit houdt in dat VOORAF inhouden in strijd is met de wet.

Als onze gemeente (en andere gemeenten) zich aan de participatiewet zou houden, zou het starten vanuit een achterstandspositie aanmerkelijk makkelijker zijn, en de slagingskans van starters bovendien worden vergroot. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *